Menu

Het Galloway-Rund

Het Galloway-rund is een runderras afkomstig uit het zuiden van Schotland. De naam van het dier i afgeleid van de streek waaruit het rund afkomstig is, namelijk uit de streek Galloway.

Het dier heeft grote vergelijkingen met het bekendere runderras de Schotse hooglander. Enkele overeenkomsten zijn de lange vacht, de sobere levensstijl en de korte gedrongen bouw van het dier.

Toch zijn er ook grote verschillende. Zo zijn de meeste Galloways zwart in tegendeel tot de Schotse hooglander welke over het algemeen lichtbruin van kleur is. Een tweede duidelijk verschillend kenmerk van het uiterlijk is de hoornloosheid van de Galloways, of beter gezegd het van nature geen hoorngroei hebben. Dit kenmerk is bij Boer Franken een belangrijke eigenschap geweest bij de aankoop van de runderen. Ook bij Vleesveehouderij van de Haar-Snijders is de natuurlijke aanleg voor hoornloosheid een belangrijk argument om met deze dieren te (blijven) werken.

De koeien hebben ongeveer een schofthoogte van 120cm waarbij de dieren tussen de 450 en de 600kg wegen. De stieren zijn wat groter gebouwd met een schofthoogte van ongeveer 135cm. Bij deze grotere hoogte hoort ook een grovere bouw kenmerkend bij stieren. Hierdoor kan bij de stieren het gewicht oplopen van 600 tot 900kg.

De dieren hebben een sobere levensstijl wat inhoudt dat ze snel tevreden zijn. Zo hebben ze met een dikke vacht een goede bescherming tegen alle weersinvloeden. Hierdoor is het mogelijk om de dieren 365 dagen per jaar buiten te laten lopen. Ook stellen de dieren geen hoge eisen aan het voedsel. Van nature zijn het grazers en leggen enkele kilometers per dag af om aan voedsel te komen. Hierbij wordt door het dier zelf een gevarieerd 'menu' samengesteld. Dit kun je goed merken aan de manier van grazen in natuurgebieden en de weilanden binnen de landgoederenzone.


De Galloways houden van gevarieerd grasland met verschillende kruiden maar ook wat jonge boompjes om van de jonge takjes en blaadjes te eten. Ook de bladeren van de bramenstruik en riet zijn ze dol op. Deze wat stuggere gewassen zorgen voor voldoende structuur in hun rantsoen.

Het natuurlijk gedrag van de dieren proberen we zoveel mogelijk na te bootsen door de kalveren tot ongeveer 7-8 maanden bij de kudde te laten. De kalveren worden dan van de kudde gescheiden om te zorgen dat ze niet te vroeg worden gedekt. Het Galloway-rund kalft ongeveer op een leeftijd van 2,5 jaar voor het eerst. De draagtijd van de dieren is 9 maanden dus moeten ze vaarskalveren(vrouwelijke dieren) apart van de stieren.
De vaarskalveren worden daarna in groepen, gesorteerd op leeftijd, toegevoegd aan een bestaande kudde zonder dekstier. Bij deze kudde lopen ze dieren dan totdat ze oud genoeg zijn om gedekt te worden. In de tijd dat ze bij de kudde lopen leren ze veel van de oudere dieren, zo ook het gewend zijn aan mensen en het opdrijven en vangen. Tevens zien ze de oudere dieren kalveren en kijken ze de opvoeding van kalfjes af van de oudere dieren.

De stierkalveren worden net als in de natuur in groepen gesorteerd op leeftijd en gescheiden van vrouwelijke dieren grootgebracht. Doordat de stieren vanaf 7-8 maanden niet meer in aanraking komen met vrouwelijke dieren worden hormonen minder gestimuleerd en blijven de dieren rustiger in de omgang. De stieren worden op een leeftijd van 2-3 jaar, afhankelijk van het gewicht, geslacht en verkocht in vleespakketten. Tevens worden ook de jonge koeien die niet geschikt zijn voor de verdere fokkerij afgemest en geslacht. Dit gebeurd tot een leeftijd van maximaal 4 jaar oud.